Hoe ademen ongeboren baby’s?

| Vraag maar raak
Hoe ademen ongeboren baby’s?

Foto: Flickr/ Louise Woodcock

Genoeg voeding en zuurstof is cruciaal voor de baby die gedurende negen maanden in zijn moeders buik groeit. Dat krijgt hij allemaal via het bloed van zijn moeder. Maar hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? En zijn de bloedcellen van een baby wel even groot als die van een volwassene?

Pompt het hart van de moeder misschien het bloed door zowel moeder en baby? Lange tijd werd dat gedacht, maar dat blijkt niet het geval. Hoewel een zwangere vrouw zo’n 2 liter extra bloed aanmaakt tijdens de zwangerschap bovenop de standaard 4 tot 6 liter, is de bloedsomloop van moeder en foetus gescheiden.

Uitwisseling van voedingsstoffen en zuurstof gebeurt in de placenta, ofwel moederkoek. Daar liggen de bloedomlopen van de ongeboren foetus en de moeder zo dicht bij elkaar, dat ze allerlei stoffen met elkaar kunnen uitwisselen. Dat is de plek waar zuurstof en voedingsstoffen in het bloed van de foetus terechtkomen. Via de navelstreng bereiken deze stoffen vervolgens de baby en krijgt hij alles wat zijn hartje begeert. Andersom gaan afvalstoffen van de baby via de navelstreng naar de placenta en verdwijnen in het bloed van de moeder.

De belangrijkste spelers die het zuurstof naar de baby brengen, zijn de rode bloedcellen. Een milliliter bloed bevat ongeveer 5 miljoen donutvormige, rode bloedcellen die allemaal zuurstof het lichaam rondpompen. Opvallend: de rode bloedcellen van ongeboren kinderen zijn gróter dan die van hun moeder. De foetale rode bloedcellen zijn het grootst aan het begin van de zwangerschap, en nemen in grootte af aan het einde van de zwangerschap; rond de leeftijd van 1 jaar zijn de cellen even groot als bij volwassenen.

De bloedcellen van ongeboren baby’s zijn niet alleen groter, ze zijn ook een ander type en worden ergens anders gemaakt dat volwassen rode bloedcellen. De foetussen hebben die afwijkende bloedcellen nodig om het zuurstof uit de bloedsomloop van moeder te halen. De speciale bloedcellen van de baby trekken zuurstof namelijk sterker naar zich toe dan normale bloedcellen, waardoor ze de zuurstof uit het bloed van de moeder trekken en deze vervolgens in de bloedomloop van de ongeboren baby terecht komt.

De bloedvaten daarentegen zijn bij ongeboren baby’s juist kleiner dan bij volwassenen. De allerkleinste haarvaten zijn vrijwel even dik, maar de grotere bloedvaten groeien mee als het lichaam groter wordt, net als het bloedvolume.

foto Steijn van Schie door
Steijn van Schie