Waarom krijgen we melktanden?

Gepubliceerd op: dinsdag 12 april 2016

Eén leven, twee gebitten. Na enkele jaren begint het gebit van de mens al uit te vallen en wordt het vervangen door een grotere versie. Wat is hier eigenlijk de functie van? En waarom blijven we daarna niet wisselen?

Vraag maar raak Waarom krijgen we melktanden?

Melkgebit
De mens wordt doorgaans tandeloos geboren. Pas na zes tot negen  maanden breekt de eerste melktand door. Eerst aan de onderkant in het midden van de kaak. Daarna volgen de twee middelste snijtanden aan de bovenkant. Na ongeveer twee jaar is het melkgebit compleet, bestaande uit in totaal twintig tanden en kiezen. Op zesjarige leeftijd is het gedaan met het melkgebit. De eerste tanden die verschenen, vallen nu uit en worden vervangen door grotere permanente tanden. De rest volgt in de komende jaren, ongeveer tot de dertiende verjaardag. Nog voor de eerste tand uitvalt, komt er achterin de mond een permanente kies bij. Ook in de jaren die volgen schieten er extra kiezen omhoog, de molaren. Het uiteindelijke volwassen gebit telt 32 tanden en kiezen. Twaalf meer dus dan het melkgebit.

Groeiende kaak
De verklaring voor het melkgebit die in oude wetenschappelijke literatuur naar boven komt, is dus ook vrij logisch: in een kindermond passen geen volwassen tanden. De kaak moet groeien om plaats te bieden aan een volwassen gebit. Die groei vindt zelfs al plaats voor de eerste tand. ‘Tachtig procent van de groei vindt plaats voordat het kind een functioneel gebit heeft’, schreven onderzoekers in 1978 in American Scientist in een artikel over de evolutie van het kauwapparaat van zoogdieren. ‘En er is pas plaats voor een volwassen gebit als de onderkaak 15 procent gegroeid is.’ Met betrekking tot de functie van melktanden verwijzen zij ook naar eerder onderzoek uit de jaren zestig van onder andere James Hopson naar de evolutionaire ontwikkeling van reptielachtigen naar zoogdieren.

Minder vaak wisselen
Hopson, inmiddels emeritus hoogleraar van de Universiteit van Chicago, geeft per mail nadere uitleg over het verlies van het veelvuldig wisselen van tanden. ‘Om te beginnen heeft het verminderen van het tandenwisselen verschillende voordelen’, schrijft hij. ‘Een belangrijke factor is dat de bovenste en onderste oppervlakken van de molaren bij het kauwen precies op elkaar passen. Die match wordt verstoord door frequente vervanging van de kiezen. Vandaar dat zoogdieren molaren niet vervangen. Snijtanden, hoektanden en premolaren worden wel vervangen, maar slechts een keer. Bij deze tanden en kiezen is ook aansluiting nodig tussen bovendeel en onderdeel, maar niet zo nauwkeurig als bij de kiezen.

Zoogdieren
‘Vanwege de snelle groei van jonge zoogdieren, door de voor zoogdieren kenmerkende hoge stofwisseling, volstaat slechts één reeks tandenvervanging naar het vaste gebit.’ Wat ook meespeelt hierbij is het feit dat zoogdieren de jongen de eerste tijd melk geven en lang ouderlijke zorgen geven. ‘Hierdoor duurt het langer voor jongen tanden nodig hebben. Dat betekent dat de kaak de tijd heeft eerst te groeien en grotere tanden kan hebben dan de kaak van een pasgeborene’, aldus Hopson. Kortom: je hele leven nieuwe tanden krijgen is niet handig, maar geboren worden met een mond vol volwassen tanden, dat is iets te veel gevraagd.

Meer informatie:
Achtegrondinformatie over het melkgebit van het Ivoren Kruis
Schootv over de ontwikkeling van melk- naar blijvend gebit.
Het tandenpoetsen-lespakket van Prodent

foto Koen Moons door
Koen Moons