Vlieglarve verteert bekerplantprooi

Gepubliceerd op: dinsdag 14 maart 2017

Vleesetende bekerplanten verteren mieren en andere prooien niet in hun eentje: ze schakelen de hulp in van vliegenlarven en bacteriën.

Wetenschap Vlieglarve verteert bekerplantprooi

Foto: Flickr/Bernard Dupont

Het is vaak een doodlopende weg voor nietsvermoedende mieren die op zoek zijn naar een lekker hapje: de spekgladde wanden van bekerplanten. Al na een paar stappen verliest de mier zijn grip, glijdt in de beker en verdrinkt in het stroperige bekervocht. Maar de verteringssappen van bekerplanten zijn vaak niet agressief genoeg om de mier of andere insecten efficiënt af te breken. Maar er leven vliegenlarven, muggenlarven en bacteriën in het vocht die de plant een handje helpen bij de vertering, schrijven Singaporaanse biologen 1 maart in Biology Letters.

Zuren
‘Bijna alle bekerplanten zijn voor hun nutriënten afhankelijk van insecten, waardoor ze op voedingsarme bodems kunnen groeien die vaak onbereikbaar zijn voor andere planten’, legt eerste auteur Weng Ngai Lam. ‘De bekers produceren zuren en enzymen om de insecteneiwitten af te breken, vergelijkbaar met de manier waarop onze maag enzymen maakt om het voedsel af te breken dat we eten.’

Agressief
Alhoewel de meeste insecten niet zijn opgewassen tegen het agressieve milieu in de bekerplant, zijn er ook beestjes die juist onderdeel uitmaken van een heel ecosysteem in het bekervocht. Larven van tweevleugelige insecten bijvoorbeeld, maar ook verschillende soorten bacteriën. Om hun rol in het verteringsproces te achterhalen bootsen de biologen het ecosysteem van de bekerplant Nepenthes gracilis na in het lab. Ze gebruiken daarvoor uit de natuur verzameld bekervocht en voegen daar vliegenlarven, bekermicroben en prooien aan toe, waaronder groene wevermieren.

Karkassen
Door de larven en bacteriën blijken voedingsstoffen sneller en in hogere hoeveelheid vrij te komen in het vocht, die de plant vervolgens met klieren op de bodem van zijn beker opneemt. Andersom kan het bekervocht in afwezigheid van larven en bacteriën geen grote prooien zoals de groene wevermier verteren. Vooral bochelvlieglarven blijken de grote karkassen eerst op te breken in kleinere stukjes.

‘In eerste instantie lijkt het alsof deze organismen voedsel stelen van de plant, maar we ontdekten dat de larven en microben juist het verteringsproces voor de plant versnellen’, aldus Ngai Lam. ‘Hierdoor kan N. gracilis meer voedingsstoffen tot zich nemen, dan wanneer hij in zijn eentje de karkassen zou moeten verteren.’

foto Steijn van Schie door
Steijn van Schie